Boom Boom: over vreemden en vrienden
Een boek dat zo goed is dat ik de uitgever heb lastiggevallen om het opnieuw uit te geven.
Dat hebben ze overigens niet gedaan, maar het blijft een feit dat ‘Boom Boom — over vreemden en vrienden (2017) een van mijn favoriete boeken aller tijden is.
Het verhaal begint met één boom in het midden van een lege vlakte. Tenminste, dat denken de eekhoorns die er wonen. Hun boom is alles wat er is. Wanneer er plots een tak opduikt die niet van hun boom afkomstig is, wordt een ongemakkelijke gedachte snel weggeduwd: zou er nog een andere boom bestaan?
Twee nieuwsgierige eekhoorns, Tamia en Soeslik, durven die gedachte wél te volgen. Hun tocht door verstikkende hitte en langs gevaarlijke roofdieren voert hen naar een tweede boom. Daar ontmoeten ze Tjip, een donkere eekhoorn met witte strepen. De boom van de strepeneekhoorns is uitgedroogd. Er is te weinig voedsel, te weinig regen, te weinig toekomst. Elke maan vertrekken ze op zoek naar eten, vaak tevergeefs.
Wat volgt, resoneert onmiskenbaar met de hedendaagse vluchtelingenrealiteit. Wanneer oproerkraaier Ratufin en zijn bende de boom van de strepeneekhoorns in brand steken en sommigen als slaven meesleuren, rest er maar één optie: aankloppen bij de boom van Tamia en Soeslik. Maar is daar wel plaats? Is er genoeg voedsel? Zal “hun” boom niet kapotgaan?
De eekhoorns organiseren een stemming. Voor- en tegenstanders spreken zich uit. De stemmen worden geteld. Het komt neer op één beslissende stem. Het boek legt de vraag niet alleen bij zijn personages, maar expliciet bij de lezer: Wat zou jij doen?
Hongersnood, oorlog, slavernij, angst voor nieuwkomers. Het zijn zware thema’s voor één prentenboek. Niet verbazend dus dat auteur Dimitri Leue bewust koos voor een dierenverhaal. Die keuze schept afstand, waardoor jonge lezers (en voorlezende volwassenen) ruimte krijgen om eerlijk te reflecteren over wat zij zouden doen.
De illustraties van Sabien Clement zijn ronduit adembenemend. Geel en oranje domineren de pagina’s, kleuren die tegelijk warmte en dreiging uitstralen. De eekhoorns zijn korrelig getekend, met subtiele lijnen die zo kenmerkend zijn voor Clements stijl. Op de felgele cover staan eekhoorns van beide “stammen”, elk met een blad van hun boom in de pootjes – witte bladeren, als een stil vredesaanbod.
Het sterkste aan dit boek vind ik het open einde. Er is geen pasklaar antwoord, enkel een vraag die blijft hangen en de lezer uitdaagt na te denken over wie welkom is. Over angst voor schaarste, over macht en solidariteit. ‘Boom Boom’ biedt ouders, leerkrachten en leesbevorderaars een krachtig vertrekpunt voor gesprek en debat met kinderen.